maandag 29 februari 2016

Leonardo en het klimaat

      Een kandidate bij een schoonheidswedstrijd hoort iets te zeggen over de wenselijkheid van wereldvrede. Daar sta ik volledig achter. Er is niets mooiers dan een goede verstandhouding. Een acteur die een Oscar uitgereikt krijgt hoort dan weer iets te zeggen over zijn moeder ‘die er altijd voor hem geweest is’, of zijn grootmoeder, of zijn tante. Ook daar sta ik achter, want er is niets mooiers dan dankbare kinderen.
     Leonardo DiCaprio heeft meer gedaan dan zijn ouders bedanken. Nu hij zijn eerste Oscar kreeg (eindelijk – proficiat Leonardo!) heeft hij iets gezegd over het klimaat. ‘Global warming is real’, zei hij vanop het podium.
     Sinds David Hume (1711-1776) weten we dat er twee soorten uitspraken zijn: die over ‘wat is’ en die over ‘wat moet’. We moeten met zijn allen werken aan de wereldvrede (en stoppen met ruziemaken met de buurvrouw, wat trouwens veel gemakkelijker werd sinds ze verhuisd is). We moeten vaker met de fiets rijden. We moeten de hongerigen spijzen en de dorstigen laven. Dat is allemaal ‘wat moet’.
     Bij ‘wat is’ ligt het moeilijker. Er is veel oorlog in de wereld, maar in welke landen allemaal weet ik niet precies. Door wat meer te fietsen zullen er wellicht minder files zijn, maar hoeveel verschil dat zal maken, daar heb ik geen idee van. En ook hoe dat nu zit met de honger in de wereld weet ik niet. Ik moet dan de cijfers van de Wereldbank erbij halen (hier) , of de filmpjes van Hans Rosling  opnieuw bekijken (hier).
     De klimaatuitspraak van Leonardo DiCaprio behoorde tot de tweede categorie – de categorie van ‘wat is’. En zulke dingen verneem ik eigenlijk liever van een deskundige, Bjorn Lomborg bijvoorbeeld, of Pascal van Ypersele, zolang die laatste zijn bestrijders niet voor de rechtbank wil slepen tenminste (hier).
     Of heeft Leonardo een leven van studie aan het klimaat gewijd? Dan trek ik mijn woorden weer in. Filmregisseur Paul Verhoeven heeft een heel aardige boekenkast over het leven van Jezus bij mekaar verzameld en gelezen. Zijn boekje over Jezus wil ik wel eens lezen. Mocht Paul ooit een Oscar winnen, misschien zegt hij dan ook wel iets over Jezus. Maar ik betwijfel het.

zaterdag 27 februari 2016

aso, tso en bso

Dimitri Tolstoi - De onderwijshervormer
die het niveau verhoogde
     In zaken van onderwijs ben ik behoudsgezind. Goede onderwijshervormingen bestaan, dat wil ik niet betwisten, en alles kan altijd beter. In 1871 hervormde minister Dimitri Andrejevitsj Tolstoi (1823-1889) het Russische onderwijs door meer wiskunde, meer klassieke grammatica en minder ‘praatvakken’ op het programma te plaatsen. Zijn onderwijshervorming kwam erop neer het onderwijsniveau te verhogen. Maar bij ons is het net of de wind van de hervorming toevallig altijd in de àndere richting waait.
     De vorige minister van Onderwijs was Pascal Smet. Die jongen doet nu iets in Brusselse regering. Smet had een groot plan om het verschil tussen algemeen secundair onderwijs (aso) en technisch secundair onderwijs (tso) in de eerste twee jaren van het middelbaar af te schaffen. Dat zou een ‘brede eerste graad’ worden. Na twee jaar, zei Smet, konden de leerlingen dan beter kiezen wat ze precies wilden studeren.
     Ik vond dat een heel slecht idee. Leerlingen met verschillende aanleg en interesses kun je in de lagere school nog samen in één klas houden, maar dat wordt leerjaar na leerjaar moeilijker. Het middelbaar is voor veel van die kinderen een bevrijding. Ze komen dan in klassen terecht waar het niveau weer gelijker is, en in zulke klassen leren de kinderen beter. Ik heb dat als leraar zelf vaak ondervonden en het blijkt ook uit onderzoek van echte geleerden (hier).

      Dat was nog niet alles. In Frankrijk staat bij een overweg meestal een bord met de waarschuwing: “Un train peut en cacher un autre”. Met onderwijshervormingen is het ook zoiets. Bij elke hervormingstrein die langskomt, staan de onderwijsexperten in Brussel klaar om hun eigen wagonnetje met oude nieuwigheden eraan vast te haken. De ‘brede eerste graad’ moest voor hen ook een grote inhoudelijke hervorming worden, met nieuwe lessen in economische en financiële aangelegenheden, sociale en burgerschapscompetenties, creativiteit en ondernemingszin, sociaal-emotionele ontwikkeling en relationele vaardigheden (hier). Zulke lessen, verkleuterd tot het niveau van twaalf- en dertienjarigen, nemen dan de plaats in, en bedreigen zo het niveau van, de bestaande lessen. Maar daar heb ik al eens over gezeurd (hier).
     De ‘brede eerste graad’ is er drie jaar geleden niet gekomen. Bart De Wever heeft toen iets geroepen in het latijn – tene quod bene, geloof ik – wat betekent dat men het goede moet behouden. Nu lees ik in Het Nieuwsblad van 26 februari dat de nva een ‘hardliner’ naar de onderwijscommissie stuurt, zekere Koen Daniëls, die het dossier verder ‘blokkeert’. Ik vind dat blokkeren prima.
      Een paar jaar geleden is men begonnen initaalwoorden te spellen met kleine letters. TV werd tv en DVD werd dvd. Dat kan ik billijken. Voortaan schrijf ik dus aso, tso, bso en kso. Zo behoudsgezind ben ik nu ook weer niet. Maar véél meer wil ik niet toegeven.

woensdag 24 februari 2016

Gemeenschap der vrouwen

Karl Marx
     Vorige zondag was de 21ste februari. Een facebookvriend wees mij erop dat op die dag voor het eerst het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels werd uitgegeven. Het Manifest is dus vandaag precies 168 jaar en 3 dagen oud (1). 
     Wie dat boekje ooit inkeek, is misschien net als ik geschrokken toen hij midden in het tweede hoofdstuk een paragraaf aantrof over ‘de gemeenschap der vrouwen’.  De communisten, zo schrijven Marx en Engels, krijgen van de rijke klasse het verwijt te horen dat ze het huwelijk willen vervangen door de ‘gemeenschap der vrouwen’, dat wil zeggen: een regeling van vrije liefde voor iedereen met iedereen.
Friedrich Engels
     Marx en Engels antwoorden op dat verwijt met een brokje humor, en dat is jammer, want het is hun sterkste kant niet. Ze wenden voor dat het om een misverstand gaat. De communisten willen de productiemiddelen gemeenschappelijk maken – en de fout van de rijke-klassemensen is dat ze de vrouwen bij de productiemiddelen rekenen. Dat is een erg moeizaam grapje. Moeten we echt aannemen dat alle of zelfs maar de meeste rijke-klassemensen in de 19de eeuw hun vrouwen alleen voor ‘productiemiddelen’ aanzagen? Marx had genoeg romans van Balzac gelezen om te weten dat de werkelijkheid rijker geschakeerd was dan dat.
     Bovendien, schrijven de twee vrienden, doen rijke-klassemensen zelf niets anders dan elkaars vrouwen verleiden. Zij brengen dus ‘de gemeenschap der vrouwen’ in de praktijk en zetten daarbij een schijnheilig gezicht op – en dat is het ergste. Bij Marx zie je dat vaak, dat hij zich bij de rijken meer stoort aan hun schijnheiligheid dan aan hun harteloze rijkdom.
     De aandachtige lezer zal hebben opgemerkt dat Marx en Engels op geen enkel ogenblik een antwoord geven op de eenvoudige vraag: willen de communisten die gemeenschap der vrouwen nu, ja of nee? Het uitblijven van een duidelijk antwoord kan misschien als volgt worden verklaard. Eigenlijk vonden Marx en Engels die hele idee van volledig vrije liefde niet zo interessant. Ze wilden de monogamie helemaal niet afschaffen; ze wilden alleen het rijke-klassehuwelijk vervangen door een ànder soort huwelijk. Het contracthuwelijk inruilen voor een kameraadschapshuwelijk zeg maar. Dat is in elk geval de uitleg die er later aan werd gegeven in communistische dictaturen –  die vaak erg preuts waren.
     Maar Marx en Engels hadden in de communistische beweging van hun tijd allerlei concurrenten, zoals Charles Fourier, die wél de vrije liefde beloofden en daarmee veel aanhangers wonnen. Die aanhangers hadden de auteurs van het Communistisch Manifest liever in hun eigen club. Het kwam hen dus goed uit over de vrije liefde wat mist te spuiten om ook de wellustig aangelegde arbeiders aan te trekken.

(1) En laat nu net vandaag het Kapitaal van Marx precies 149 jaar en 203 dagen geleden het daglicht gezien hebben! Die samenloop van omstandigheden zou wijlen Godfried Bomans niet ontsnapt zijn.
 

zaterdag 20 februari 2016

Mohammed heeft echt bestaan

     Mohammed heeft, net als Lenin en Karel van het Reve zelf, echt bestaan. Meer zelfs, we kennen hem redelijk goed. Mijn vriend P. beklaagt de moslims daarom. Mijn vriend P. geeft les in godsdienst en kan daarbij zijn Jezus als dat nodig is een duwtje in de goede richting geven. Maar van Mohammed weten we iets te veel om hem naar onze hand te zetten, en ook iets te weinig voor een echt diepgaand begrip van de man.
     Voor de moslims is Mohammed ‘de volmaakste onder de mensen’. Daar wil ik niet moeilijk over doen: iemand moet de volmaakste zijn. Renan noemt Mohammed in ‘Les origines de l’islamisme’ (1851): ‘zachtaardig, gevoelig, trouw, vergevingsgezind en in het algemeen welwillend, met een groot hart voor kinderen en zwakkeren’. Maar Renan laat zich soms meeslepen door zijn eigen ronkende zinnen.
     Als we in plaats van het dunne boekje van Renan, de twee dikke delen van Montgomery Watt opslaan (1953 en 1956), dan treedt Mohammed ons daar tegemoet als een buitengewoon veelzijdige persoonlijkheid. Zakenman, religieus bevlogene, leraar, minnaar, moralist, vrederechter, politicus. Ook was hij een voorzichtig maar moedig krijgsheer en een meester van spionage en contraspionage1.
     Veelzijdigheid is natuurlijk iets heel moois, maar het heeft ook een keerzijde. De eigenschappen die nodig zijn om  een verheven moralist voort te brengen, zijn niet dezelfde als die welke van de staatsman of de krijger worden gevraagd. Maar in de Koran en in de Hadith krijgen we zowel de man van God als de man van de wereld.  En die man van de wereld kon behoorlijk hard zijn: vijanden uit de weg ruimen, een heel dorp uitroeien - niet uit persoonlijke wraakzucht, maar om redenen van Realpolitik. Mohammed won zo snel aanhangers als hij deed omdat hij mildheid en vergevingsgezindheid kon afwisselen met harde en meedogenloze uithalen.
     Misschien ligt in Mohammeds veelzijdigheid een kans voor de gematigde moslim. Zou het geen nuttige oefening zijn om in de leer en het leven van de profeet een onderscheid aan te brengen tussen de man van God en de man van de wereld, tussen de godsdiensthervormer en de politicus, tussen de moralist en de krijgsheer? Er is niets mis met politiek en krijgskunst, maar kunnen we die niet buiten de godsdienst houden2? Kunnen we van Mohammed niet vooral zijn afkeer van menselijke arrogantie, zijn deemoed tegenover de zwakkeren en zijn oproep tot samenhorigheid onthouden?
     Jezus was timmerman en zedenpreker. Maar de meeste christenen onthouden eigenlijk alleen dat laatste. Als we een kast in elkaar steken, halen we er het evangelie niet bij. We volgen gewoon de handleiding van Ikea.



1 Renan roemt Mohammed ook als groot prozaïst, maar dat gaat mij te ver. Velen die in de Koran gebladerd hebben zullen mij bijvallen, denk ik.
2 Of dat ooit mogelijk wordt, weet ik niet. Trouwens, de toekomst voorspellen is een zonde, want die is alleen gekend door Allah.

zaterdag 13 februari 2016

Becker's World

     Enkele maanden geleden kochten wij voor Jan een kist geneeskundeboeken. Zelfs tweedehands waren die boeken aan de dure kant, maar daar stond tegenover dat de meeste nog nooit open waren gedaan. De student die ze verkocht zou ‘iets anders’ proberen.
     Het waren erg dikke boeken, meest in het Engels. Jan keek vaag beteuterd toen hij ‘Becker’s World of the Cell’ in de hand nam: negenhonderd bladzijden, twee tekstkolommen per bladzijde – en de prentjes, dat kan ik u wel vertellen, waren niet als versiering aangebracht. Het boek woog bijna twee kilogram.
     Gelukkig kon ik Jan geruststellen. Zo’n boek was meer een naslagwerk, waar de studenten elk jaar een paar hoofdstukken van tot zich zouden nemen. Dat hadden we in de Romanistiek ook gehad: de ‘Evolution de la langue française’ van prof. dr. Von Wartburg. Daar moesten we elk jaar een paar hoofdstukken van kennen. Op het examen volgde professor Messelaer met zijn vinger de tekst terwijl wij ons lesje opdreunden over het Keltisch substraat, de kenmerken van het Picardisch en de invloed van 1789 op de Franse uitspraak*. Ja, dat moesten we allemaal kennen, maar niet alles tegelijk in één jaar natuurlijk. Dat zou met ‘Becker’s World’ wel niet anders zijn.
     Ik had me vergist. In de Wetenschappen gaat het anders toe dan in de Letteren. Die ‘Beckers World’ moest gekend zijn, niet aan het einde van het eerste jaar, maar aan het einde van het eerste semester. Twee hoogleraren zouden daar elke week een aantal uur uitleg over geven, en dan zouden daar in januari examens van worden afgenomen.
     Nu mag ‘Becker’s World’ weer de kast in. Die examens zijn ondertussen met goed gevolg afgelegd. Jan is een flinke jongen.


* ‘Vive le rwè’ werd ‘à bas le rwa’ - met een huig-r.

woensdag 10 februari 2016

Het Grote Anti-islam Vooroordeel

     Er bestaat een apart literair genre waarbij men fouten en vooroordelen verzamelt en daarna weerlegt. “Ten Facts Everbody Gets Wrong About…” In het weekblad Flair gaat dat dan over de geslachtsdaad, maar het kan natuurlijk over alles gaan: Napoleon, de Tweede Wereldoorlog, het Dierenrijk, e-sigaretten, de Bijbel, bekende automerken …
     Je houdt die fouten en vooroordelen best niet tegen het licht want dan blijken ze meestal toch niet zó fout. Mijn moeder heeft godsdienst geleerd uit het leerboek Geloofsrechtvaardiging van K. Berquin pr. Daarin werd Darwin de fout verweten dat hij de mens liet afstammen van de mensaap. Dat was goddeloos en onaanvaardbaar.  Gelukkig was er ondertussen het ‘nieuwe evolutionisme’ dat had aangetoond dat mens en mensaap samen afstamden van een ànder aapachtig dier. Kortom, Darwin had, nou ja, eigenlijk gelijk.

    Wat je ook vaak ziet is dit. Het foute vooroordeel dat zo algemeen verspreid heet, is er een dat geen geletterd mens zich ooit in zijn hoofd heeft gehaald. Als negenjarige kreeg ik met kerstmis een leerzaam boek waarin allerlei fouten werden rechtgezet die ik zelfs als negenjarige niet zou hebben gemaakt. Er stond een prentje in van keizer Nero die viool speelde tijdens de brand van Rome, met een hele uitleg dat de viool pas in de zestiende eeuw was uitgevonden. Dat van die zestiende eeuw wist ik niet, maar ik had genoeg sandalenfilms gezien om te weten dat de Romeinen geen violen hadden. In de film Quo Vadis had ik de brand van Rome met eigen ogen gezien en de dikke keizer beroerde daarbij een harp – of was het een lier? Het was in elk geval geen viool. Dat Engelse jongens die fout maakten, is nog enigszins begrijpelijk, want er bestaat een uitdrukking ‘fiddling while Rome burns’, maar daar had een Vlaamse jongen niets mee te maken.
     Die herinneringen malen door mijn hoofd sinds ik vorige zaterdag een artikel van Rachida Aziz las in De Standaard: “Moslims zijn de nieuwe Joden.” (hier) Mevrouw Aziz vertelt het verhaal van journalist Peppiatt – wie heet er nu Peppiatt? – die van de Britse krant The Daily Star op zoek moest gaan naar “gekke moslims die iets vreemds zeiden of deden”. De krant kon dat dan met veel bombarie op de voorpagina brengen en er tegelijk erg verontwaardigd over doen. Voor mij is het eenvoudig: als dat verhaal van Peppiatt waar is, dan wordt The Daily Star geleid door een schurk. De Vlaamse pers heeft het radicaal islamisme in onze samenleving al te vaak onderbelicht. Het is niet onbelangrijk om te weten dat er in Engeland een krant bestaat die het tegenovergestelde doet - wat even erg is.
     Maar Aziz gaat verder. “Wat zich bij The Daily Star afspeelt is geen alleenstaand geval,” schrijft ze. En ze somt zes voorbeelden op waar de pers foute informatie over moslims heeft verspreid. Ze kleedt die in als zes pakkende krantenkoppen.

(1)    ‘Britse bank Halifax bant alle afbeeldingen van spaarvarkens om moslims niet voor het hoofd te stoten.’
(2)    ‘Moslimorganisatie voert campagne om groene kruis van apotheken te verbieden.’
(3)    ‘Real Madrid schrapt kruis uit logo onder druk van moslims’.
(4)    ‘Oxford University Press bant tekeningen van varkens uit kinderboeken om moslims niet etc.’
(5)     ‘Radicale iman zegt dat slachtoffers in Keulen het aan zichzelf te danken hebben’.
(6)    ‘Iraanse president vraagt om naaktbeelden in Rome te bedekken tijdens bezoek.’

    Elk van die uitspraken besluit Aziz met een krachtig: fout!
    Van die spaarvarkens (1) zie je inderdaad zó dat het verlakkerij is. En de moslimorganisatie die de apothekerskruisen wil verbieden (2) schijnt een verzinsel te zijn van een extreemrechtse blogger. Dat geloof ik graag, want zulke mensen bestaan. Maar vanaf (3) wordt het ingewikkeld. Het kruis van Real Madrid is weliswaar alleen weggelaten op een speciale plastic card die uitsluitend in Abu Dhabi werd verdeeld – en het was maar een heel klein onooglijk kruisje. Maar het is wel van de kaart gehaald. Een beetje waar dus.
     En als (3) een beetje waar is, dan is (4) is heel veel waar. De richtlijn om in de kinderboeken van Oxford University Press geen varkens of varkensvlees af te beelden kwam ter sprake in het programma Today van BBC Radio 4 (hier). Dat was slechte reclame voor de uitgeverij. De volgende dag kwam ze met een rechtzetting – en goede reclame (hier). Er was helemaal geen verbod op het afbeelden van varkens. Er waren alleen richtlijnen om ze niet af te beelden. Dat fijne verschil zal velen treffen als een tsjevenstreek van hetzelfde gehalte als het verschil dat K. Berquin pr. gevonden had tussen het Darwinisme, dat goddeloos en fout was, en het ‘nieuwe evolutionisme’, dat misschien wel – wie weet – een heel klein beetje waar kon zijn.
Sami Abu-Yusuf
     De radicale iman van (5) is een nog moeilijker geval. Waarover gaat het? Op 21 januari gaf zekere Sami Abu-Yusuf van de Keulense Al Tawhid Moskee een interview aan de Russische zender Ren-TV. Daarin zei  hij dat de vrouwen die in Keulen op oudjaarsavond het slachtoffer waren geworden van aanrandingen – dat die vrouwen daar deels medeverantwoordelijk voor waren door “hun parfum en hun korte rokjes”. Grote ontsteltenis in Duitsland. Stukken in de krant. Een politicus van de Grünen, Volker Beck, legt klacht neer. Maar Aziz vindt de opschudding rond de iman bedrieglijk. Ze schrijft: “Hij was al zeker geen iman, gewoon een lid van de moskeegemeenschap en hij ontkent dat hij dat ooit gezegd heeft”. Dat Sami Abu-Yusuf ‘al zeker’ geen iman is, heb ik nergens kunnen terugvinden. Hij wordt als iman omschreven door de Engelse en Duitse Wikipedia (hier) en (hier) en door tientallen persorganen. En het is ‘al zeker’ niet waar dat hij zijn uitspraken ontkend heeft. Wel heeft hij daarna aan Express (hier) en WDR (hier) verklaard dat zijn woorden door Ren-TV “uit de context waren gehaald” en dat de aanranders óók fout waren en moesten worden gestraft. Maar zijn uitspraak over de parfum en de korte rokjes heeft hij noch ontkend, noch ingetrokken.
Een van de bedekte naaktbeelden
     Bij (6) komt eindelijk Nero’s viool tevoorschijn – de grote fout … die niemand maakt – of bijna niemand. Aziz stelt het voor alsof de halve wereldpers de bedekte naaktbeelden in Rome aangreep om de Iraanse gast als grote schuldige van de affaire aan te wijzen. Dat was niet zo. De halve wereldpers, de Italiaanse voorop, was ontzet over het kinderachtige gedrag van de Italiaanse gastheer. Een kop zoals Aziz verzint – ‘Iraanse president vraagt om naaktbeelden te bedekken’ – levert bij google geen zoekresultaten op in een van de mij bekende talen. ‘Italia maakt zich belachelijk’ – dàt was de kop van Il Giornale, en de strekking van veel andere stukken. Wel bleek nà het protest plots niemand verantwoordelijk voor het bedekken van de beelden. Minister van Cultuur Franceschini wist van niets, eerste minister Renzi wist van niets en de Iraanse president Rouhani wist ook van niets – maar die laatste was ten minste “dankbaar voor zoveel gastvrijheid”. Sommige kranten vermoedden dat de Iraanse ambassade de zaak had aangesticht (hier), maar bewijs dat maar eens.
     Toegegeven:  het stuk van Aziz is eigenlijk een aanval op een eerder stuk van de Iraans-Belgische Darya Safai in De Standaard (hier). Daarin schreef Safai over de Iraanse regering die eisen stelt als ze gasten ontvangt – vrouwelijke ministers moeten dan de sluier dragen – en die nu ook iets dergelijks zou hebben gedaan toen ze zelf te gast was. Darya Safai kan die laatste bewering wellicht niet bewijzen. Maar als de Italianen de beelden bedekt hebben zónder dat de Iraanse regering erom gevraagd heeft – is dat eigenlijk niet nog erger?
     Ik kan het niet helpen, maar het lijstje van de Zes Grote Fouten is me wat aan de lichte kant. Het lijkt me een mooi staaltje van wat Campbell en Manning beschrijven in hun artikel over de slachtoffercultuur (hier). Hoe meer de échte discriminatie verzwindt, hoe meer ophef wordt gemaakt over de restjes die overblijven. Of in dit geval: hoe zediger de pers zich in het algemeen opstelt tegenover de islam, hoe wanhopiger mensen als Rachida Aziz op zoek gaan naar snippers die het Grote Anti-islam Vooroordeel moeten bewijzen.

dinsdag 9 februari 2016

Stel ...

    Een homoseksuele activist wou op de radio het probleem van homoseksualiteit binnen het voetbal aankaarten. Uit allerlei kleinigheden had hij afgeleid dat Moubarak (Mbrak) Boussoufa wel eens homo kon zijn: een mannelijk entourage, zijn vader die ongeduldig op kleinkinderen aandringt … ‘Waarom komt Boussoufa daar niet voor uit?’ vroeg de activist. ‘Misschien omdat hij geen homo is,’ antwoordde de interviewster. ‘Ja maar,’ zei de activist weer, ‘stel dat hij het toch is, waarom komt hij er dan niet voor uit?’
    Toen moest ik heel hard lachen.

zaterdag 6 februari 2016

ô liberté, que de crimes …

Madame Rolland op weg naar het schavot.
Zij kijkt naar het Vrijheidsbeeld
en spreekt de beroemde woorden uit.
  In mijn jonge jaren had ik vaak woordenstrijd met mijn goede vader over de Franse Revolutie. Het duurde dan meestal niet lang of mijn vader riep uit: ô liberté*, que de crimes on commet en ton nom!
Het hoofd van de Launay (en de Flesselles)
wordt rondgedragen door Parijs
     Vele jaren later las ik bij Edmund Burke veel ongunstigs over die revolutie. ‘The age of chivalry is gone,’ schreef Burke. ‘That of sophisters, economists, and calculators, has succeeded.’
     Nu weet ik niet of het zo verstandig is om zonder voorafgaande inlichtingen te hebben ingewonnen, zomaar zonder nadenken de voorkeur te geven aan een ridder boven een economist of een rekenaar. Maar laatst las ik iets in het Napoleonboek van Bart van Loo dat mij aan het denken zette.
     Van Loo beschrijft in zijn eerste hoofdstuk die gedenkwaardige 14de juli – de dag waarop Lodewijk in zijn dagboek noteert: ‘Rien’. De revolutionairen bestormen eerst het Hôtel des Invalides** en leggen de hand op meer dan dertigduizend geweren en enkele kanonnen. Dan hebben ze nog buskruit en kogels nodig en die zijn opgeslagen in de gevangenis, de Bastille, waar zich overigens maar zeven gevangenen bevinden: twee krankzinnigen, vier valsemunters en een excentrieke aristocraat.
     De vesting, die onder leiding staat van markies de Launay,  wordt ‘bestormd’. Na een reeks hoffelijke onderhandelingen en kleine schermutselingen, opent de markies de poorten als hij de kanonnen ziet verschijnen. Hij weigert echter zich over te geven en geeft een van de revolutionairen, de banketbakker Desnot, een trap tegen zijn kruis ... waarop hij onmiddellijk wordt doodgeschoten.
     Een goede revolutionair is altijd bedacht op mogelijkheden tot propaganda. Men besluit de markies te onthoofden, zijn hoofd op een paal te spietsen en het rond te dragen door Parijs tot lering en vermaak van tonnenmakers en visverkoopsters. Banketbakker Desnot krijgt de eer om de onthoofding te voltrekken en men reikt hem een zwaard aan. Dat is echter niet de manier waarop een klassenbewust lid van de derde stand te werk gaat. De bakker weigert het zwaard, knipt zijn zakmes open en, zo schrijft Van Loo, ‘scheidt het hoofd van de romp alsof hij een slager was’.
     Markies De Launay was natuurlijk toch al dood, dus veel verschil maakt het niet, maar als ik, vóór of na mijn dood, moet worden onthoofd, dan sluit ik mij aan bij het koningskind uit Heer Halewijn:

                Wel als ik dan hier kiezen zal
                Zoo kieze ik het zwaard voor al.



* ’t Is dom van mij, ik weet het, maar ik vind dat de pathos van madame Rolland een beetje verloren gaat als men het accent circonflexe van de ‘o’ weglaat. De vrouw was tenslotte op weg naar het schavot. Maar daar denken die spellingshervormers niet aan natuurlijk! Neen, die hervorming van 1990 moet nu, na 26 jaar, plots écht worden doorgevoerd.

** Hôtel … nóg een accent circonflexe dat sneuvelt. De geschiedenis van het woord hôtel (‘ostel’, 11de eeuw – het accent circonflexe vervangt de ‘s’) wordt op die manier onzichtbaar gemaakt. Professor F.J. Mertens van de KU Leuven heeft, geloof ik, zijn erg leerzame ‘Orthographe usage’ nooit als boek willen uitbrengen om enerzijds verwarring en anderzijds medeplichtigheid aan de spellingshervorming van 1990 te vermijden.
 

woensdag 3 februari 2016

Politiek correct beledigen

John Cleese, Jerry Seinfeld
en Anthonieke
     Komieken zoals John Cleese en Jerry Seinfeld willen niet meer optreden aan Engelse en Amerikaanse universiteiten vanwege de politiek correcte onverdraagzaamheid die daar heerst. (hier en hier). Voor je het weet heb je iemand beledigd en ben je een racist of een seksist. De getuigenis van Cleese daarover is nog maar van gisteren, maar die van Seinfeld is al enkele maanden oud en toen heeft daar een student van een van die universiteiten op geantwoord (hier). Anthony Berteaux heet die jongen en hij is op zijn manier ook een komiek.
     Anthonieke schrijft dat Seinfeld zich geen zorgen moet maken over zijn beledigende humor. Anthonieke en zijn politiek correcte medestudenten zijn, tegen het vooroordeel in, juist dol op grove en beledigende humor. Ze willen juist heel graag gechoqueerd worden ... maar dan liefst door meningen die ook de hunne zijn. Dat is héél, héél moeilijk is. De meesten onder ons worden vooral gechoqueerd door meningen die niet de onze zijn. Wat dan weer bewijst hoe weinig politiek correct wij zijn.
     Omdat het allemaal zo moeilijk is, geeft Anthonieke een voorbeeld van een goeie beledigende en tegelijk choquerende grap:  een sketch over een ploeg high school football spelers die maar niet begrijpen dat ze geen meisjes mogen verkrachten, ook niet als de coach het elke keer opnieuw uitlegt. Wat zijn die high school football spelers stom! Hahaha!

   Anthonieke – oudere lezers die zich de ontvoering van A.D. herinneren, begrijpen waarom ik het verkleinwoord gebruik – Anthonieke dus, spreekt in naam van een generatie. “Ja, meneer Seinfeld, wij studenten zijn politiek correct. Wij, studenten, zijn vandaag gevoeliger voor kwesties van ras en gender. Dat behoort tot onze taak als student. Wij zijn betrokken bij talloze kwesties van sociale, economische en politieke aard. Het is onze taak om actief opgevoed te worden over kwesties van seksisme, racisme en vooroordelen.”
     Wat zijn dat voor slappe praatjes! Toen ik student was voelde ik mij ook “betrokken” bij kwesties van sociale, economische en politieke aard, en ik gebruikte helaas ook vaak de zelfgenoegzame eerste persoon meervoud. Ik schaam me daar nu een beetje voor. Maar het zou nooit bij mij opgekomen zijn om te spreken over “onze taak als student … om actief opgevoed te worden”.  Wij gingen ons over die sociale, economische en politieke kwesties zelf wel opvoeden.
       Als je dat allemaal leest, en het bijgevoegde fototootje van Anthonieke ziet, denk je onvermijdelijk twee dingen, en ze zijn allebei fout. Ten eerste denk je: wat een koorknaap! Wat een heilig boontje. Maar dat klopt niet helemaal. De jongen is juist erg grof in de mond. “Het gaat niet om de beledigingen op zich,” schrijft hij, “F*** de beledigingen. Beledig zoveel je  f***ing  wil, maar zorg dat je belediging de f***ing juiste mensen treft.” En Anthonieke gebruikt daarbij geen asterisken, maar schrijft de woorden voluit.

      En ten tweede denk je: dat moet satire zijn. Niemand zal toegeven dat hij alleen lacht om grappen die zijn eigen vooroordelen bevestigen. Niemand is zo dom om zó met zijn eigen bekrompenheid te koop te lopen. Maar dan zie je dat het stuk verschenen is in de Huffington Post, en daar verschijnen wel meer rare stukken die geen satire zijn.